|
Collega’s en genodigden,
Ik citeer het verslag van de Sergeant-Majoor Kaslander dat hij daags na
de aanslag heeft geschreven: “18 April 2008, 07:32 uur één harde klap en
de wereld stond voor een seconde stil, om vervolgens te veranderen in
een chaos van voertuigonderdelen, munitie en uitrusting…” Een
gebeurtenis die nooit meer uit het geheugen van 45
Pantserinfanteriebataljon zal verdwijnen…in het bijzonder voor die
militairen die direct waren betrokken bij de IED-aanslag die Soldaat
Mark Schouwink en Luitenant Dennis van Uhm het leven kostten en bij
Korporaal Roger Hack en Soldaat Toninho Norden zeer ernstige
verwondingen hebben veroorzaakt.
De militairen aan wie zojuist het rode erekoord is uitgereikt zijn de
mannen die met risico voor hun eigen persoonlijke veiligheid hebben
gevochten voor de levens van hun collega’s. Dat is naar mijn mening de
ultieme daad van zelfopoffering die hoort bij het soldaat zijn, namelijk
alles uit de kast halen om te proberen het leven te redden van je
gewonde buddies. Gemakkelijk door mij gezegd, vanachter dit
spreekgestoelte in het veilige Nederland. Maar het zijn geen loze
woorden. De mannen die hier in front van het bataljon staan, zijn de
professionals die het hebben waargemaakt.
Ik voel mij daarom zeer vereerd deze waarderingen toe te kennen, vooral
omdat het hier gaat om moedig en hulpvaardig optreden onder operationele
omstandigheden. Dit raakt direct het hart van het soldaat zijn. Het
grote verschil met omstandigheden in Nederland zit in de direct
levensbedreigende omstandigheden voor de redders. Ik vind dit aspect zo
belangrijk, dat ik daarom de waarderingen in front van het bataljon
uitreik zodat iedereen getuige is. Niet alleen degenen die in
Afghanistan zijn ingezet, maar juist ook de militairen die nieuw zijn
geplaatst bij het bataljon. Het snelle, doortastende en moedige optreden
van de gedecoreerden is een voorbeeld voor eenieder in dit bataljon.
Het belang dat ik aan deze ceremonie hecht is ook de reden dat ik als
bataljonscommandant de rode erekoorden uitreik. Het rode erekoord is
namelijk een hoge waardering die normaliter door de compagniescommandant
wordt toegekend. Een misverstand is dat het per definitie om
levensreddende handelingen moet gaan. Het gaat bij deze hoge
waarderingen om de erkenning van en respect voor getoond hulpvaardig en
moedig gedrag. Dat staat hier buiten kijf.
Hoe nu verder? De uitreiking van deze koorden zie ik als een
onlosmakelijk deel van het zijn van militair. Gesneuvelde en gewonde
militairen, het went nooit, maar is wel een onderdeel van dit beroep.
Ongetwijfeld zullen er in de naaste toekomst nog meer koorden worden
uitgereikt. Ook bij onze Charlie Compagnie zijn gewonden onder
levensbedreigende omstandigheden door hun collega’s gered, zoals u
vorige maand in de Defensiekrant hebt kunnen lezen over een intens
vuurgevecht dat een peloton heeft geleverd in de omgeving van Mirabad
waarbij twee militairen zijn getroffen door geweervuur van de vijand.
Heftige gebeurtenissen die een diepe indruk achterlaten, die een plaats
moeten krijgen, emotie die moet worden verwerkt, wonden die in de tijd
moeten helen. Het verslag van de Sergeant-Majoor Kaslander, verwoord dit
het best. Hij besluit zijn verslag met “Die ene harde klap, op vrijdag
18 april 2008, heeft ervoor gezorgd dat in een klap het leven van veel
mensen een totaal andere wending heeft gekregen en dat het niet meer zal
zijn zoals het was op 18 april 2008 om 07:31 uur…”. Ik zie de uitreiking
van deze koorden dan niet alleen als een blijk van waarderen maar ook
als een erkenning van het feit dat mensen emotioneel zeer zwaar op de
proef zijn gesteld. Ik spreek de hoop uit dat deze waarderingen ook een
bijdrage levert aan het een plaats geven aan en verwerken van gevoelens
en emoties.
Ik wil vanaf deze plaats nogmaals de gedecoreerden feliciteren met hun
uitgereikte koord. Hiermee wil ik mijn toespraak besluiten. |